“Gooi die kapotte vaas nu toch eens weg!”


is een kreet die ik al jaren hoor.
Ik kan en wil het niet.
De twee stukken –die in mijn boekenkast liggen- herinneren mij aan mijn diepte én hoogtepunt in mijn leven. En hoe vreemd dit ook klinkt: dat was tegelijk.

Op het moment dat ik Henri Nouwen ( of was het God? ) hoorde zeggen:
“Je bent geliefd! Jij met al je verdriet –je eenzaamheid- je gevoel van afgewezen zijn – je teleurstellingen: God houdt van je” sloeg dat in als een bom. Hij had het over mij.

Nee, het was toen echt niet ineens ‘Halleluja en allemaal zonneschijn”, bijna het tegendeel.
Het was de eerste stap op een lange weg van zoeken, struikelen, vallen en telkens weer opstaan en gedragen worden.

Dat was en is het grote verschil geworden: Ik hoef mezelf niet meer te bewijzen tegenover mensen en ook niet voor mij zelf. Daarin is Henri Nouwen in al zijn kwetsbaarheid en heenwijzen naar God in zijn boeken en preken, voor mij nog steeds heel belangrijk.

En dat is de reden dat de kapotte vaas in de boekenkast blijft liggen.

Ze staan symbool voor: “God gooit geen ‘kapotte’ mensen weg! “

©Anja de Jong - eerder verschenen in de Kerstkrant van PKN in 2010 (en nog steeds actueel)

gebroken vaas in boekenkast